Algemeen

 

Twee pijlers

De Lokale Politie is één van de twee pijlers van de Belgische politie sedert de Wet van 07/12/1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus. De andere pijler is de Federale Politie.

 

Bindingen

Deze niveaus, Federaal en Lokaal, zijn autonoom en zijn afhankelijk van verschillende overheden maar er bestaan bindingen tussen beide : wederzijdse ondersteuning, structurele detacheringen, mobiliteit van personeel, aanwerving en gezamenlijke opleidingen.

 

(-top-)

 

Samenstelling

De Lokale Politie is samengesteld uit 196 korpsen van de Lokale Politie ontstaan uit de samenvloeiing van de ex-gemeentepolitie en de ex-territoriale brigades van de rijkswacht. 50 Politiekorpsen vallen samen met het grondgebied van één stad of gemeente (ééngemeentezone) en 146 anderen bestrijken meerdere steden en/of gemeenten. (meergemeentenzones) Elk lokaal politiekorps staat onder de leiding van een Korpschef, verantwoordelijk voor de uitvoering van het lokale politiebeleid. Hij verzekert de leiding, de organisatie en de verdeling van de taken in het korps. Hij oefent deze activiteiten uit onder het gezag van de Burgemeester, voor de ééngemeentezones of onder het gezag van het Politiecollege voor de meergemeentenzones. Dit Politiecollege is samengesteld uit de Burgemeesters van de verschillende steden of gemeenten van de politiezone. Een Vaste Commissie van de Lokale Politie is aangesteld om het geheel van Lokale Politiekorpsen te vertegenwoordigen. Op initiatief of op vraag van overheden, verstrekt zij advies over alle problemen die met aan de Lokale Politie te maken hebben.

 

(-top-)

 

Politielogo

 

Logo politie

 

 

SYMBOLEN :

 

Vlam

  • Roept warmte op (bescherming door de politie), kracht, macht, actie.

Hand

  • Wekt het idee van vertrouwen en hulp (de hand reiken),
  • van uitwisseling, ontmoeting, kalmte,
  • van het doorgeven van energie, communicatie, menselijkheid,
  • van begeleiding, leiding,
  • van kracht, kennis en gerechtigheid (de hand van justitie).

CIRKEL : 

  • Integratie, perfectie, integriteit, gemoedelijkheid, vertrouwen, begrip, bescherming.
  • Ontwikkelen van een centraal punt.
  • Beschikbaarheid (cirkel van een uurwerk : 24 uur op 24).
  • Kwaliteitslabel.

BLAUW : 

  • Zekerheid, bescherming, vrijheid, dienstverlening, trouw, vertrouwen.
  • "repos terrestre" (Kandinsky), vrede, waarheid.
  • Soepele lijnen. Evenwicht der vormen (gerechtigheid).
  • Openheid, dynamisme.
  • Katoog (doordringende blik die dwars door de problemen heen gaat, dag en nacht).
  • Door zijn eenvoud is het logo gemakkelijk te gebruiken in zijn talrijke toepassingen.

 

(-top-)

 

Organisatie

 

Algemeen

Geen enkele tekst legt een organigram voor van de Lokale Politie vast. Maar, om een minimale dienstverlening aan de bevolking te kunnen verzekeren, bepaalt het KB van 17.09.2001 zeven functionaliteiten die voorzien moeten worden:

  • Wijkwerking
  • Onthaal
  • Interventie
  • Politionele slachtofferbejegening
  • Lokale opsporing en lokaal onderzoek
  • Handhaving van de openbare orde
  • Verkeer

 

Wijkwerking

De wijkwerking bestaat in het verder ontwikkelen van wijk- en buurtgericht werken en de politionele zichtbaarheid. De politiedienst moet zichtbaar, aanspreekbaar en contacteerbaar zijn op het grondgebied van de zone, rekening houdend met de lokale omstandigheden en de bevolkingsdichtheid. De minimale organisatienorm voor een wijkagent bedraagt 1 wijkagent per 4000 inwoners.

 

Onthaal

De functie onthaal bestaat uit het geven van antwoorden aan de burgers die zich, fysiek aanmelden, telefonisch of schriftelijk tot de politiedienst wenden. Zij worden er verwezen naar een interne of meer geschikte externe dienst. Het spreekt vanzelf dat in elke zone, de permanente bereikbaarheid van een politiedienst in alle gevallen wordt verzekerd. In de meergemeentenzones, beschikt elke gemeente over één of meerdere politieposten die, indien ze niet de klok rond bereikbaar zijn, aan de inwoner de mogelijkheid geven, om met technische hulpmiddelen in contact te komen met een politieagent.

 

Interventie

De functie interventie bestaat erin om binnen een passende termijn een antwoord te bieden op elke oproep waarbij een politionele interventie ter plaatse noodzakelijk is. Dit antwoord kan, gezien het geval en de context (ernst, dringende noodzaak, aard van de feiten) onmiddellijk of uitgesteld worden; in dit laatste geval moet de hulpvrager op de hoogte gebracht worden van de oorzaak en van de tijdsduur van vertraging. Deze functie wordt de klok rond binnen elke politiezone georganiseerd.

 

Politionele slachtofferbejegening

De functie politionele slachtofferbejegening bestaat in het verschaffen van een adequate opvang, informatie en bijstand aan het slachtoffer. Elke politieambtenaar moet bekwaam zijn deze taak goed te volbrengen. In geval van confrontatie met een zeer ernstig slachtofferschap, mag het korps een beroep doen op een gespecialiseerd medewerker, personeelslid van de politiediensten, inzake slachtofferbejegening. Eén gespecialiseerd medewerker per korps geldt als minimale werkings- en organisatienorm. Verschillende zones kunnen een gezamenlijke pool deskundigen oprichten.

 

Lokale opsporing en lokaal onderzoek

De functie opsporing en lokale onderzoek bestaat uit de uitvoering van de opdrachten die bij voorrang door de Lokale Politie worden vervuld overeenkomstig de Wet op het Politieambt, de Wet van 07.12.1998 en een richtlijn van 20.02.2002 van de Minister van Justitie. Het betreft opdrachten van opsporing en onderzoek die voortvloeien uit de gebeurtenissen en criminaliteitsfenomenen op het grondgebied van de zone evenals enkele opdrachten van federale aard die door de Lokale Politie uitgevoerd moeten worden omdat deze liggen in de lijn van de dagelijkse politietaken, en om deze reden, beter worden uitgevoerd door de politiedienst belast met de basispolitiezorg. In ieder Lokaal Politiekorps wordt 7 tot 10% van het effectief operationeel kader belast met deze recherchetaken.

 

Handhaving van de openbare orde

De handhaving van de openbare orde bestaat in het vrijwaren en, in voorkomend geval, het herstellen van de openbare rust, de openbare veiligheid en de openbare gezondheid. Dit begrip, ruim gemeten, omvat niet enkel de problemen van handhaving van de openbare orde tijdens evenementen van grote omvang (betogingen, voetbalwedstrijden, lokale festiviteiten,) maar ook de milieuproblematiek en het verkeer.

 

Verkeer 

De functie verkeer bestaat voor de lokale politie uit het uitvoeren van de opdrachten bedoeld in artikel 16 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt, op het grondgebied van de politiezone, met uitzondering van de autosnelwegen, waarvan het toezicht aan de federale politie toekomt. Deze opdrachten worden met name geconcretiseerd door :  
- het voeren van preventieve en repressieve acties inzake de naleving van de verkeersregels;  
- de verkeersregeling in geval van ernstige en onverwachte verstoring van de mobiliteit;  
- het vaststellen van verkeersongevallen;  
- het verstrekken van advies aan de bevoegde overheden inzake mobiliteit en verkeersveiligheid.
De capaciteit die aan de uitoefening van deze functie wordt besteed, bedraagt minimum 8 % van de totale werkcapaciteit binnen elke politiezone.

 

(-top-)

 

Mogelijkheden

'In dit werk kom je met zoveel verschillende mensen in contact. Van drugsgebruikers tot de directeur van een grote fabriek. Daar moet je op gepaste wijze mee kunnen omgaan. Wanneer ik met minder leuke incidenten op straat in aanraking kom, die me echt raken, merkt mijn vrouw dat onmiddellijk. Ze toont begrip en heeft een luisterend oor. Maar ook op het werk kan ik in moeilijke momenten rekenen op maatschappelijk assistenten, die een speciale opleiding hebben gevolgd om de eigen medewerkers op te vangen.'

 

Problemen voorkomen.

Daar ga je voor ! Als politieambtenaar in de Lokale Politie hou je je bijna uitsluitend bezig met de basispolitiezorg, zeg maar het dagdagelijkse politiewerk in je onmiddellijke buurt. Tijdens je werk ontdek je dikwijls gevaarlijke en onveilige situaties. Denk maar aan het verkeer, aan drugsproblemen, ... Je zoekt de oorzaken van het probleem en probeert er samen met anderen creatieve oplossingen voor te vinden. Je probeert tijdig te waarschuwen en raad te geven.

 

Bijstand verlenen

Regelmatig rijden de politieambtenaren in opdracht van de centrale meldkamer naar plaatsen waar de bevolking hun bijstand vraagt. Dat kan een eenvoudig klusje zijn zoals een klacht over zwerfvuil op straat, een verkeerd geparkeerde auto, ... Soms moet echter snel op een ernstige melding gereageerd worden. Een zwaar verkeersongeval met gewonden, een steekpartij, een inbraak, een overval, ... allemaal gebeurtenissen waarbij de Politie snel ter plaatse moet zijn om te helpen en desnoods de gemoederen te bedaren. 

 

Horen, zien, maar ook spreken

Voor elke politieambtenaar is het van belang een goed contact met de bevolking te onderhouden. Dit wil vooral zeggen dat zij of hij luistert naar de mensen, dat elk probleem aandacht krijgt. Met geweld zijn nog niet veel problemen echt opgelost. De oren en de mond van een politieambtenaar zijn de belangrijkste wapens, niet de matrak of het pistool. Je krijgt heel veel informatie tijdens je contacten. Dikwijls zoekt het gerecht naar ontbrekende stukjes in een puzzel om een misdrijf op te lossen. Jouw informatie kan helpen om belangrijke drugsdealers, autodieven, inbrekers, ... achter de tralies te krijgen.

 

Problemen oplossen in de geest van de wet

Voor een groot deel bepalen politiemensen zelf op welke manier zij een probleem aanpakken. In de meeste gevallen handelen zij beter naar de geest van de wet dan naar de letter van de wet. De uitdaging is tot een aanvaardbare oplossing te komen voor alle betrokkenen in een conflictsituatie. Het gaat beslist niet om het uitdelen van zoveel mogelijk bekeuringen, hoewel misdrijven natuurlijk moeten worden geverbaliseerd. 

 

De Lokale Politie staat niet alleen

De Lokale Politie staat in haar taak niet alleen. Er zijn heel wat andere partners. Zij vullen de mogelijkheden van de Lokale Politie in haar dienstverlening aan. Zo werkt de Lokale Politie geregeld samen met de brandweer, ambulancediensten en sociale diensten. Er wordt bijvoorbeeld een opvangtehuis gezocht als iemand dakloos is geworden. Slachtoffers van misdrijven worden dikwijls doorverwezen naar gespecialiseerde centra voor slachtofferhulp.

 

Afwisselend en boeiend, maar ook administratief werk.

Behalve de taken die je buiten uitvoert, moet je niet vergeten dat er 'binnen' ook nog werk te doen is: rapporteren, afhandelen, proces-verbaal opstellen, opdrachten voorbereiden,... Ook het administratief werk moet zorgvuldig gebeuren en dit in het belang van alle betrokken partijen. 

 

Soms zelf op onderzoek

Bij een diefstal, een inbraak of vandalisme bijvoorbeeld neemt de politieambtenaar op de plaats van het misdrijf of in het politiekantoor de aangifte op. De onderzoeken naar meer lokaal gebonden misdrijven worden vaak zelf door de Lokale Politie afgehandeld, onder leiding van het parket. Bij meer ingewikkelde of bovenlokale misdrijven, die per definitie meer tijd kosten en een grotere specialiteit vereisen, worden de leden van de Gerechtelijke Zuil van de Federale Politie ingeschakeld.

 

Wat is een politiekantoor? ... en hoe geraak je er?

De Lokale Politie zorgt voor een 24-uren permanentie. Dit gebeurt in politiezones die uit één of meerdere politiekantoren of -posten bestaan. Het Belgische grondgebied is onderverdeeld in 196 politiezones. Soms werken er slechts enkele politieambtenaren in een politiekantoor. In een grote stad telt een politiekantoor soms meer dan 100 vrouwen en mannen. Na hun opleiding gaan sommigen eerst een tijdje naar de Algemene Reserve in Brussel voordat ze naar een politiekantoor gaan. Anderen kunnen onmiddellijk naar een politiezone. Voor zover er vacatures zijn, kan je je kandidaat stellen voor een politiezone die je zelf kiest.

 

(-top-)

 

Personeel

"Politieambtenaar zijn, is echt iets voor mij: geen baan van negen tot vijf. Je doet afwisselend werk met allerlei mensen en je bent veel buiten. Het ene moment wijs je iemand de weg en het volgende moment help je een echtelijke ruzie oplossen. Ook het geven van bekeuringen is een onderdeel van je taak."

 

VIER VERSCHILLENDE KADERS

Bijna 39.000 politiemensen en administratieve medewerkers maken deel uit van de Politie. Deze politie is gestructureerd op twee niveaus: de Federale Politie en de Lokale Politie bestaande uit 196 politiezones. De politiemedewerkers, zowel in de Federale als de Lokale Politie, worden ingedeeld in vier verschillende kaders: het hulp-, het basis-, het midden- en het officierskader. Deze indeling steunt op verschillen in bevoegdheid, in verantwoordelijkheid en in de aard en de complexiteit van de uit te voeren taken.

Net als in het bedrijfsleven heb je een uitvoerend niveau dat 'op de werkvloer' geleid en begeleid wordt door het middenkader. De managers en general-managers, te vergelijken met het officierskader bij de politie, hebben de algemene leiding van het bedrijf.

Om te kunnen behoren tot de politie moet je voldoen aan enkele algemene toelatingsvoorwaarden, ongeacht het kader. Het gaat dan over een minimale leeftijd, de Belgische nationaliteit, ... Elk kader heeft wel zijn eigen selectieproeven en bijkomende specifieke toelatingsvoorwaarden. Het studieniveau dat je behaalde is belangrijk voor de rechtstreekse toelating tot één van de vier kaders. De loopbaanmogelijkheden en de verloning verschillen natuurlijk ook per kader.

 

Agent van Politie (voorheen Hulpagent)

Indien je geen getuigschrift van zes jaar secundair onderwijs bezit, kan je bij de politie terecht in het hulpkader. Indien je slaagt in de selectieproeven kom je in een wervingsreserve terecht. Je kan dan gaan solliciteren bij politiezones met openstaande vacatures voor hulpagenten. Indien je wordt aangeworven en je de basisopleiding (± 3 maanden) met vrucht beëindigt word je benoemd als hulpagent.

Met hun beperkte politiebevoegdheid leggen de hulpagenten zich vooral toe op verkeersopdrachten zoals de vaststelling van verkeersongevallen, verkeersregeling en -toezicht. Een hulpagent houdt ook toezicht op de naleving van lokale politieverordeningen.

De hulpagenten kunnen na drie jaar dienst deelnemen aan de selectieproeven van het basiskader voor zover zij slagen in een overgangsproef. Op die manier kunnen zij bevorderen tot inspecteur van politie.

 

Het basiskader

De inspecteur van politie wordt aangeworven na een selectie toegankelijk voor houders van een getuigschrift van zes jaar secundair onderwijs (ASO, TSO, BSO of KSO, evenwaardig met het niveau 2 bij de federale rijksbesturen). De hulpagent die na drie jaar dienst slaagt in een overgangsproef kan ook deelnemen aan de selectie voor het basiskader. De geselecteerde kandidaten die in de wervingsreserve opgenomen zijn volgen, afhankelijk van het aantal beschikbare betrekkingen, automatisch een basisopleiding als aspirant-inspecteur. De opleiding (± 1 jaar) omvat een 'schools' gedeelte in één van de 10 politiescholen en meerdere stages in een politiekorps. Na het slagen in een basisopleiding krijgt hij/zij de graad van inspecteur van politie.

 

Het middenkader

Dit kader wordt hoofdzakelijk samengesteld via interne bevorderingen. Een inspecteur met zes jaar anciënniteit en die een gunstige persoonlijke evaluatie kreeg, kan deelnemen aan de selectieproeven voor het middenkader. Tijdens de basisopleiding behouden de aspirant-hoofdinspecteurs via de interne bevordering hun graad en weddeschaal en blijven zij behoren tot hun oorspronkelijk politiekorps.

Sommige gespecialiseerde functies worden voorbehouden aan titularissen van niveau 2+. Het gaat hier om houders van een diploma van hoger onderwijs in het domein van de sociale wetenschappen, psychologie of criminologie. Tijdens hun loopbaan dragen zij de graad van hoofdinspecteur van politie met bijzondere specialisatie of met specialiteit politieassistent.

Police Zoals in de andere kaders is na elke zes jaar anciënniteit in een weddeschaal van het middenkader een overgang voorzien naar een hoger weddebarema. De hoofdinspecteur met 6 jaar dienst in het middenkader kan deelnemen aan de selectie voor het officierskader indien hij/zij slaagt in een overgangsproef.

 

Het officierskader

De Lokale en Federale Politie werft universitairen aan om deel uit te maken van het officierskader. De vacatures staan in regel open voor alle kandidaten met een diploma van niveau 1. Een kandidaat met een diploma van een studierichting die bestaat uit twee cycli en gevolgd werd aan een hogeschool voldoet ook aan de diplomavereisten. Voor politiemensen van het middenkader met zes jaar anciënniteit is ook een bevordering naar het officierskader mogelijk. De kandidaten die slagen in de selectieproeven en zich naargelang van het aantal vacatures batig rangschikken worden opgeroepen om hun basisopleiding te beginnen. Voor de kandidaten met een diploma niveau 1 duurt de opleiding ± 18 maanden, voor de politiemensen van het middenkader ± 12 maanden.

De kandidaat wordt benoemd tot commissaris van politie na het slagen in de opleiding. De commissaris van politie die na ten minste negen jaar anciënniteit een 'directiebrevet' behaalt, kan vervolgens benoemd worden tot hoger officier in de graad van hoofdcommissaris van politie.

 

(-top-)

 

Graden

Aspirant agent van politie :

Aspirant agent van politie

Agent van politie :

Agent van politie

Aspirant inspecteur van politie :

Aspirant inspecteur van politie

Inspecteur van politie :

Inspecteur van politie

Aspirant hoofdinspecteur van politie :

Aspirant hoofdinspecteur van politie

Hoofdinspecteur van politie :

Hoofdinspecteur van politie

Aspirant commissaris van politie :

Aspirant commissaris van politie

Commissaris van politie :

Commissaris van politie

Hoofdcommissaris van politie :

Hoofdcommissaris van politie

 

 

(-top-)