Voorwoord

De geïntegreerde politie moet steunen op het concept van community policing. Dit betekent een gemeenschapsgerichte politiezorg die een politionele taakuitvoering inhoudt waarbij het verrichten van politiewerk gebeurt in nauwe relatie met de burger, waarbij in hoge mate wordt afgestemd op de plaatselijke noden en wensen en welke een vorm van toezicht inhoudt die ook beoogt de burger daadwerkelijk bij de rechtshandhaving te betrekken.
De wijkwerking is de hoeksteen van deze naar de gemeenschap gerichte politie. Zij vormt één van de belangrijkste componenten van een kwalitatief veiligheidsbeleid in het algemeen en van de basispolitiezorg in het bijzonder.
De organisatie van de wijkwerking dient hier dan ook te worden op afgestemd. Hierbij staan volgende begrippen centraal : zichtbaar, aanspreekbaar en contacteerbaar.
De wijk(hoofd)inspecteurs zijn de “oren en ogen” van de politie en hebben twee specifieke moto’s, nl. ‘kennen en gekend worden’ en ‘samenwerken aan veiligheid’.

 

(-top-)

 

 

Belangrijkste taken

  • het verzamelen van alle nuttige inlichtingen over de bijzonderheden en problemen eigen aan de wijk;
  • het creëren van een vertrouwensrelatie met de bevolking;
  • bemiddelen bij burengeschillen en plaatselijke ongemakken;
  • het uitoefenen van algemeen toezicht in de wijk, het schooltoezicht is hierbij een prioriteit;
  • het signaleren van schade aan straatmeubilair, verkeersborden, slechte staat van het wegdek, sluikstorten,...
  • het verspreiden van algemene info naar de bevolking en naar lokale gemeenschappen toe;
  • het doorgeven van lokale vragen en verwachtingen aan de overheid of andere diensten;
  • het uitvoeren van preventieve controles om bij te dragen tot het bevorderen van het veiligheidsgevoel onder de bevolking door de zichtbaarheid van de politie in de wijk te verhogen;
  • het hercontacteren van mensen die geconfronteerd werden met een inbraak in hun woning en hen eventueel doorverwijzen naar gespecialiseerde diensten zoals de techno-preventief adviseur, slachtofferonthaal, …;
  • het luisteren naar de klachten en grieven van de bevolking en indien mogelijk daadwerkelijke oplossingen aanbrengen;
  • het opsporen en helpen oplossen van kleine ontluikende conflicten (bemiddelingsfunctie);
  • het deelnemen aan hoorzittingen, vergaderingen met plaatselijke organisaties, vergaderingen op buurtniveau of zelf vergaderingen beleggen met de inwoners;
  • het detecteren van bronnen van onveiligheid en de eventuele haarden van criminaliteit en het inlichten van de bevoegde diensten erover;
  • het uitvoeren van beperkte politionele taken die een bijzondere kennis of een eerder persoonlijk contact met de bevolking vereisen (kantschriften, moraliteitsonderzoeken, onderzoeken van woonplaats, ...);
  • het gevolg geven aan bepaalde oproepen die een beperkte, niet-dringende politionele interventie vereisen;
  • het besteden van bijzondere aandacht aan het gedrag en handelingen van bepaalde personen onder toezicht (voorwaardelijk in vrijheid gestelden, geesteszieken,...)

 

(-top-)